Draken temmen - Een dag uit het leven van een hoogbegaafde jongen
- info333957
- 16 jan 2025
- 5 minuten om te lezen

Ik ben anders. Aan de buitenkant kun je dat niet zien en als je me niet kent kom je er ook niet zo snel achter. Ik ben vooral anders, omdat mijn hersenen anders werken. Ik denk sneller en heb de hele dag honger naar kennis. De kinderen in mijn klas begrijpen mij niet en ik begrijp hen trouwens ook niet. Soms voel ik mij eenzaam en wil ik normaal zijn. Maar soms is het ook supertof om anders te zijn. Ik ben namelijk hoogbegaafd.
Zoals op iedere doordeweekse dag gaat mijn wekker veel te vroeg en word ik wakker met buikpijn. Met tegenzin kleed ik mij aan en eet ik mijn broodje chocoladepasta. Nog voor ik op mijn fiets spring zoek ik nog even snel op internet wat er gebeurt als zwarte gaten fuseren. Eén minuut voor half negen race ik het lokaal in. Nog mijmerend over mijn nieuwe ontdekking hoor ik juf op de achtergrond de rekensommen uitleggen. Als iedereen aan het werk gaat, doe ik gewoon mee. In een paar minuten leg ik het schrift met antwoorden op het bureau van juf. De antwoorden zijn goed, maar juf vraagt me waar mijn aantekeningen zijn. Als ik antwoord dat ik die niet nodig heb, omdat ik de antwoorden gewoon voor me zie, stuurt ze me weer terug naar mijn tafeltje om ook de uitwerkingen op te schrijven. Ik snap er niets van dat ik niet gewoon een complimentje krijg voor de goede antwoorden.
Tijdens het tienuurtje gaat het helemaal mis. Ik mag het fruit uitdelen, maar Thijmen zet snel zijn voet voor de mijne waardoor ik midden in de klas val. Ik word zo boos dat ik uit elkaar spat. Zo kinderachtig en ik sta nog voor schut ook. Juf stuurt me naar de gang om af te koelen. Als alle kinderen buiten spelen mag ik van juf mijn verhaal doen. Denkt ze nou echt dat ik die 15 minuten die ik voor mezelf heb ga gebruiken om haar uit te leggen waarom ik boos ben? Zonder een woord te zeggen ren ik het schoolplein op. Net te laat. Sofie zit al op de schommel en is niet van plan om ervan af te gaan. Na 10 minuten geeft ze het op en ben ik aan de beurt. Precies op dat moment gaat de bel. Ik blijf zitten, want ik heb zo lang gewacht op de schommel. Juf is boos omdat ik niet gewoon mee naar binnen ben gelopen. Nu begint het tweede deel van de ochtend. Tijd voor dictee. De woordjes die juf opnoemt kon ik in de kleuterklas al schrijven. Ik droom nog even terug naar mijn zwarte gaten. Vanmiddag wil ik hier nog meer over opzoeken. Mijn hoofd zit vol vragen en vanmiddag ga ik op zoek naar antwoorden. Kon ik maar in een ruimteschip stappen en ernaartoe vliegen. Ik schrik wakker omdat juf mij zegt dat ik al twee woordjes achterloop. Wat kunnen mij die stomme woordjes nou schelen? Het lukt mij even om mijn hoofd bij mijn dictee te houden. Gelukkig is het tijd voor gym. Gym is leukste van school. Tijdens de gym hoef ik niet te zitten en wordt er niemand boos als ik snel beweeg. Als ik in de gymles boos word, kan ik tenminste even lekker rennen.
Na de gym krijgen we een knutselopdracht. Dat vind ik ook leuk. Ik heb wilde ideeën. Ik wil een draak maken. Dan heb ik een vriendje in de klas waar ik mee kan spelen. In mijn hoofd is het een grote draak met schubben en vleugels. Maar mijn papier is niet groot genoeg en ik teken ook niet zo mooi. Als mijn blaadje op de grond valt, schopt Daan het blaadje weg. Ik word boos en ontplof voor de tweede keer vandaag. Ik ren door de klas om mijn blaadje te pakken, maar moet van juf meteen door naar de gang. Daar gaan mijn goede ideeën. Ik huil en wens dat ik thuis was. Na schooltijd mag ik van juf nog een keer proberen mijn verhaal te doen. Maar ze denkt toch niet dat ik een seconde langer dan nodig op school blijf? Mijn dag begint pas echt als ik weer op de fiets naar huis zit. Ik trap zo hard als ik kan en kom met rode wangen de keuken ingestormd. Mijn wangen gloeien en snel giet ik een glas drinken in. De computer moet aan, ik heb geen tijd te verliezen. Mijn draak zit nog in mijn hoofd en ik wil nóg meer weten over zwarte gaten. Met YouTube op de achtergrond, waar een wetenschapper vol enthousiasme zijn theorie over zwarte gaten uitlegt, programmeer ik in Scratch de draak die ik vanmiddag op school wilde knutselen. Het lukt mij om de draak over mijn scherm te laten vliegen. Praten doet hij nog niet. Misschien moet ik een chatbox programmeren. Even ChatGPT om hulp vragen. Ik ben net lekker bezig als mijn moeder roept dat het eten klaar is. Dat komt goed uit, want in heb honger als een paard. Nog even mijn projectje afmaken, zodat ik mijn moeder kan laten zien wat ik heb gemaakt. Ze roept nog een keer en ik haast me naar beneden voordat ze boos kan worden. Balen dat mijn projectje nog niet klaar is. Aan tafel begin ik haar te vertellen over wat ik heb gemaakt, maar mijn zusje vertelt net over een spelletje dat ze met een vriendinnetje heeft gespeeld. Boeiend, mijn verhaal kan niet wachten… Ik doe de pan open om snel op te scheppen. Alweer bloemkool? Boos omdat ik mijn verhaal niet meteen mocht doen en boos op de bloemkool gooi ik de deksel weer op de pan. Mijn moeder weet toch dat ik dat niet lekker vind? Teleurgesteld wil ik weer terug naar mijn computer. Ze houdt mij tegen en trekt mij op schoot. Met mijn hoofd op haar schouder vertel ik wat voor stomme dag ik heb gehad op school. En nu ben ik eindelijk thuis, is de tijd te kort om mijn project af te maken. Mijn moeder begrijpt mij (of doet in ieder geval erg haar best om te doen alsof). Ze belooft na het eten bij mijn project te komen kijken en ik krijg een extra uurtje om het af te maken. Iets rustiger eet ik de bloemkool, die toch niet zo vies is als ik dacht.
Na het eten zitten we samen achter mijn computer. Ik leg haar uit hoe ik mijn draakje heb gemaakt en hoe ik de chatbox aan het maken ben. Hoewel ze er weinig van begrijpt is de knuffel wel erg fijn. Als het bedtijd is brengt ze mij naar bed en leest een verhaal over een jongen die met draken kan vliegen. Ik kruip tegen haar aan en voel me weer lekker klein. Even droom ik weg en voel ik me de jongen die met zijn draak vliegt. Na een kus en nog een knuffel gaat ze naar beneden. Mijn hersenen gaan weer aan. Ik ben nog lang niet moe. Morgen wil ik mijn project verder uitbreiden. Ik wil nog zoveel leren. Eerst nog even een plan bedenken hoe ik de schooldag doorkom.