De sleutel tot het licht
- info333957
- 16 jan 2025
- 4 minuten om te lezen
Verdrietig denkt de prinses terug aan de tijd dat ze de hele dag kon spelen. Ze genoot ervan om van kamer naar kamer te zwerven en steeds weer nieuwe dingen te ontdekken. Maar op haar weg naar volwassenheid heeft ze op advies van velen de deuren van het paleis met duizend kamers één voor één gesloten. Daar staat ze nu, in de grote hal van het paleis. Door de gesloten deuren valt er geen licht meer in de hal en de vrolijke geluiden uit de mooie kamers zijn verstomd. Ze hoort alleen nog haar voetstappen galmen, hol en hard op de marmeren vloer. Ze heeft geen zin meer om te dansen en te zingen. Haar dagen zijn gevuld met somberheid en verdriet.

De dag is nog maar net begonnen als de deurbel klinkt. Als ze de deur opent, is er niemand te zien. Voor de deur staat een klein pakketje, omwikkeld met prachtig papier en een mooie strik. Nieuwsgierig maakt ze het pakketje open. In het pakketje ligt een sleutel. Dit is de mooiste sleutel die ze ooit heeft gezien. De sleutel is heeft prachtige versiering en het goud is zo mooi gepoetst dat het lijkt alsof de sleutel licht geeft. Met de sleutel in haar hand draait ze zich om en loopt terug de hal in. Dan ziet ze dat één van de duizend deuren net zo mooi oplicht als haar sleutel. Nooit eerder is het haar opgevallen dat deze deur zo rijkelijk is versiert en dat de kleur van deze deur helderder is dan welke andere deur ook in het paleis. Ze steekt de sleutel in het slot en duwt de deur voorzichtig open. Haar ogen moeten even wennen aan het prachtige licht en een warme wind streelt haar wangen. Alsof ze is gehypnotiseerd stapt ze de kamer binnen. Deze plek is zó nieuw en tegelijkertijd zó bekend. Meteen voelt ze zich thuis. Zulk mooi licht heeft ze nooit eerder in één van de kamers gezien en ze ziet kleuren waarvan ze de namen niet kent. Ze voelt liefde en harmonie en vreugde.
Plotseling wordt ze uit de kamer gerukt en slaat de deur voor haar neus dicht. Naast haar staat een raadgever met de sleutel in zijn hand. “Jij hoort hier helemaal niet te zijn”, zegt de raadgever. “Je mag deze kamer pas betreden als je een belangrijke opdracht hebt voltooid.” De raadgever verdwijnt net zo snel als hij is gekomen en laat haar in ongewis achter. De hal in het paleis lijkt wel donkerder dan ooit tevoren. Huilend blijft ze met haar rug tegen de deur mooie deur zitten in de hoop dat de deur vanzelf weer open gaat. Maar dat gebeurt niet.
Als haar tranen zijn opgedroogd, herinnert zich wat de raadgever heeft gezegd over de opdracht. Maar wat de opdracht is, heeft hij niet vertelt. Ze beseft dat de opdracht de sleutel is tot deze deur. Voor het eerst in lange tijd zet ze een stap buiten het paleis. Deze eerste stap is niet makkelijk. Het felle zonlicht brand in haar ogen en de geluiden buiten zijn oorverdovend. De heimwee naar de kamer wordt nog groter. Ze trekt haar muts over haar oren en ogen en het liefst zou ze weer het paleis in rennen. Iedere stap die ze zet voelt haar lichaam loodzwaar. Toch besluit ze, stap voor stap, steeds verder de wereld in te lopen.
Na een tijdje lopen komt ze bij een klein huisje. Rondom dit huisje ligt een prachtige tuin. De bloemen in de tuin bloeien in felle kleuren en een zoete geur dringt haar neus binnen. Moe van het lopen gaat ze zitten op een bankje in de tuin. Vanuit het huisje komt een tovenares naar haar toe. “Goedemiddag mooie vrouw, waar kan ik je mee helpen?”, spreekt ze op een warme en zachte toon. Huilend verteld de prinses over de donkere hal in het paleis, de mooie kamer waar ze niet in mag en de opdracht waarvan ze niet eens weet wat het is. Als de prinses is uitgepraat kijkt de tovenares haar aan met een vriendelijke glimlach. “Jij weet precies wat je opdracht is.”, zegt de tovenares. “Luister maar naar je hart, dat wat jij vond aan de andere kant van de deur, is ook hier. Het enige wat je moet doen is op een andere manier leren kijken”.
De prinses moet er even over nadenken. “Dat betekend dat ik op zoek ben naar liefde, harmonie en vreugde”, zegt ze blij, “maar hoe doe ik dat?”. Als door tovenarij zijn het huisje en de tovenares plots verdwenen. Zachtjes hoort de prinses de woorden van de tovenares galmen: “Open je hart, vind de sleutel”.
Op de weg terug naar het paleis komt de prinses meerdere mensen tegen. Vrolijk als ze is groet ze iedereen. Bij iedere ontmoeting voelt ze haar hart gloeien en gaat haar hart steeds verder open. De mensen in het dorp hebben haar nooit eerder zo gelukkig gezien. In plaats van lopen, huppelt ze nu. Haar vrolijkheid is zo aanstekelijk dat de mensen ook plezier beginnen te maken. Er zijn muzikanten die mooie muziek maken en overal in de straten beginnen mensen te dansen. Iedereen, jong en oud, rijk en arm, maakt plezier met elkaar en voelt zich gelukkig. Voor het eerst in haar leven voelt de prinses de liefde, harmonie en vreugde. Het feest gaat door totdat de zon onder gaat. Alle mensen gaan met een gelukkig gevoel naar huis. Sinds die dag is er meer plezier in het dorp en zijn de mensen vriendelijker voor zichzelf en voor elkaar. Terug in het paleis staat de raadgever op de prinses te wachten. Hij feliciteert haar met het voltooien van de opdracht en overhandigt haar de sleutel. De prinses stopt de sleutel op een veilige plek. Nu ze weet hoe mooi de wereld is, besluit ze dat het nog te vroeg is om de kamer binnen te gaan. Af en toe, als ze zich een dagje wat minder vrolijk voelt, opent ze even de deur. Dan laat ze het licht even over zich heen komen en geniet even van de warme wind en de prachtige kleuren. Dan doet ze de deur weer goed op slot. Want ze weet maar al te goed dat de volgende keer dat ze over de drempel stapt, ze nooit meer terug komt.